Onpartijdig schaken – varianten

De spellen op deze pagina werken net zoals het torenspel. Het enige verschil is dat we nu steeds met een ander stuk spelen. Daarbij geldt echter wel steeds dat het stuk iedere beurt richting veld a1 moet spelen. De opdracht bij ieder spel is uit te zoeken hoe je het spel als startspeler altijd kan winnen.

Tip: Het is misschien leuk om deze spellen weer eerst tegen iemand te spelen.

Het koningspel

  • We beginnen met een koning op h6. De koning mag alleen naar links, beneden of schuin naar links beneden bewegen.
  • De speler die de koning op a1 zet wint.

Het damespel

  • We beginnen met een dame op h6. De dame mag alleen naar links, beneden of schuin naar links beneden bewegen (maar uiteraard wel zo ver als zij wilt).
  • De speler die de dame op a1 zet wint.

Het paardspel

We beginnen met een paard op h6. Het paard mag vier verschillende sprongen maken:

  • 2 naar beneden en 1 naar links.
  • 2 naar beneden en 1 naar rechts.
  • 2 naar links en 1 naar beneden.
  • 2 naar links en 1 naar boven.

Dat zijn dus de zetten die in het plaatje hieronder aangegeven zijn.

De speler die het paard niet meer kan zetten, verliest het spel.

Antwoorden en vervolg

De antwoorden van alle drie de spellen staan op deze pagina. Na het spelen en oplossen van deze spellen, gaat het hoofdstuk verder met een vooruitblik van de volgende hoofdstukken.